2.4. Inleiding op de shell

Niet opgenomen: handige shortcuts, aanvullen in bash, geschiedenis in bash, zoeken in help.

De shell is voor de gebruiker een ander type interactievorm met de computer. In plaats van muis, icoontjes en vensters die je aanklikt of verplaatst is de interactievorm van de shell deze van toetsenbord en tekstweergave. Met het toetsenbord tik je commando’s in die het besturingssysteem vervolgens uitvoert.

Als je begint met dan is de shell zowat het eerste wat je niet direct wil leren ;-). Toegegeven, de shell heeft een leercurve. Maar het kent ook zijn beloning. Een minimale kennis en vaardigheid met de shell geeft je een heel krachtige omgeving om het systeem beter te begrijpen en om dit naar je hand te zetten.

De meest populaire shell is Bash (wat staat voor “Bourne Again Shell”). Het is een vrije versie van de Bourne Shell (unix). Het voldoet grotendeels aan de POSIX-standaard [1] voor Unix-shells. Naast Bash bestaan er ook nog diverse andere shells die meer of minder eigenschappen en/of mogelijkheden hebben.

De eerste manier om met de terminal in contact te komen is via het programma gnome-terminal (later meer over de tweede manier). Je kan deze openen door de super(windows)-toets in te drukken en direct het woord terminal in te typen of door de terminal op te zoeken in de lijst van toepassingen.

We zullen de terminal veel gebruiken: het kan handig zijn om deze toe te voegen aan de favorietenbalk. Eenmaal de terminal geopend zie je een vensterkader met zwarte achtergrond en witte tekst. De tekst is de volgende.

gebruiker@naam-pc:~$
  • gebruiker@naam-pc: Zoals je ziet is je gebruikersnaam vermeldt die zich aan (@) naam-pc bevindt. Waarom vermelden? Als je veel wisselt tussen gebruikers is het altijd interessant om te weten welke gebruiker je nu bent en op welke server/pc je aan het werken bent (je kan bijv. ook remote inloggen op een pc).
  • De gebruikersnaam en de computernaam is aangemaakt tijdens de installatie.
  • ~ : Locatie. Je wordt ingelogd in je persoonlijke /home-map. Dit kan je merken aan het tilde-teken (~). Wil je het nog even checken? Voer dan het commando ‘pwd’ (zonder aanhalingstekens) uit. Dit toont je de map waarin je je bevindt.
  • $ Het gebruikersteken duidt erop dat je als gewone gebruiker bent ingelogd (dollarteken) of als root (# -teken).

2.4.1. Langzame start

Open gnome-terminal binnen GNOME en typ:

firefox

Daarna gewoon enteren. De webbrowser firefox opent zich. Uiteraard kan dit enkel als je ingelogd bent in een grafische omgeving als GNOME (anders krijg je een foutmelding dat het display niet geopend kan worden).

Een stapje verder. We voegen aan het commando een argument toe.

firefox http://www.debian.org

De webbrowser firefox opent zich en toont de website van www.debian.org. De hyperlink naar www.debian.org noemen we het argument. Het argument brengt extra informatie naar het programma dat het op zijn beurt gebruikt om te functioneren.| Voor alle duidelijkheid: de argumenten zijn programma-specifiek. Heel concreet: je kan niet zomaar dezelfde argumenten gebruiken voor om het even welk commando. Pas je argument dus aan het commando en je wensen aan.

Opties bepalen de werking van het programma. Je voert extra parameters in hoe het programma zich behoort te gedragen.

firefox -new-tab http://www.debian.org

In dit voorbeeld hebben we een optie toegevoegd: ‘-new-tab’. Een optie laat het programma dat opgeroepen wordt via het commando op een bepaalde manier reageren. In dit geval opent het de website www.google.be in een nieuw tabblad. De opties worden voorafgegaan door één of twee liggende strepen. De opties zijn programma-specifiek en je moet ze dus per programma opzoeken.

Samengevat:

programma -optie argument

Belangrijke opmerking: de voorgaande commando’s hebben we uitgevoerd binnen GNOME en heeft als resultaat dat een extern grafisch programma zich heeft geopend binnen deze desktop-omgeving. Dit is eerde de uitzondering dan de regel als je werkt met de terminal. De overgrote meerderheid van terminalprogramma’s worden uitgevoerd in het terminalvenster en niet daarbuiten. De terminal is een heel snelle manier om een programma op te starten. Zo kun je ook andere programma’s opstarten via terminal: gimp, gedit, evolution, …. Je kan extra argumenten aangeven en opties om te functioneren.

De terminal sluit je af door het venster te sluiten, door te typen of met de toetsencombinatie CTRL +d .

2.4.2. Help

Er zijn doorheen de jaren meerdere help- of informatiesystemen verschenen voor UNIX-achtigen. De twee meest voorkomende en onderhouden systemen zijn man en - -help.

2.4.2.1. MANnen die vaak vergeten …

Standaard komt een -distro met heel wat informatie. Alle info over de commando’s is terug te vinden in handleidingen. Deze kan je vanuit de console oproepen met

Je verlaat man door op de toets q (quit) te drukken.

2.4.2.2. – help

Een andere manier om hulpinformatie over een commando te verkrijgen is om –help na de spatie bij te plaatsen.

Dit toont je hulpinfo al dan niet vertaald in het Nederlands. Deze info is vaak beknopter dan deze in man. Het is ook mogelijk dat er met –help geen info te verkrijgen is maar wel met -help of -h of -?.

2.4.3. TTY

In deze inleiding hebben we gebruik gemaakt van GNOME met daarin het programma GNOME-terminal. Je kan ook inloggen op een virtuele console die geen gebruik maakt van een grafische omgeving. Deze virtuele consoles kun je bereiken met de toetsencombinaties . Omdat je niet ben ingelogd wordt er eerst gevraagd om een gebruikersnaam en paswoord. Pas na het inloggen verschijnt de normale prompt en kun je commando’s ingeven.

Uitloggen doe je zoals bij de terminal met het commando of met het commando ctrl + d. Om terug te keren naar de grafische omgeving druk je op (of F8, F9, enz. afhankelijk van de sessie van je desktop).

[1]http://en.wikipedia.org/wiki/POSIX